Pagina's

SAP en Oracle zijn te groot'

 

Oracle en SAP zijn kanjers in ERP, CRM, BI en supply-chain software. Maar gaan ze niet langzaamaan ten onder aan hun eigen succes?

De strijd tussen enterprisegiganten SAP en Oracle is een van de meest besproken rivaliteiten in de IT. Het krijgt niet dezelfde mediaexposure als bijvoorbeeld de concurrentieslag tussen Pepsi-Coca Cola, Google-Microsoft of Ajax-Feyenoord, maar desalniettemin blijft de confrontatie er een die duizenden, zo niet miljoenen mensen aangaat.

Beide bedrijven zijn groot. Niet alleen in omzet, klanten en marktaandeel, maar ook in het aantal werknemers dat een van beide bedrijven “mijn werkgever” mag noemen.

Oracle heeft momenteel 83.366 in het rood gestoken werknemers die een eed hebben afgelegd aan Larry Ellison. Daartegenover staat SAP met 47.804 medewerkers, die wellicht allemaal een klein beetje Duits kunnen praten.

De vraag is of de bedrijven de huidige recessie kunnen doorstaan. Leveranciers van enterprise software hebben het immers moeilijk om nieuwe klanten te vinden en overeenkomsten te sluiten. In hoeverre zijn leveranciers in deze orde van grootte, met verschillende soorten business in het bedrijf, met traditionele productportfolios en met koppige persoonlijkheden (die een aangeboren aversie hebben tegen verandering) bezig met het dienen van huidige en toekomstige klanten? In andere woorden: zijn Oracle en SAP niet te groot geworden voor dit decennium van verandering, SaaS, veranderende businessmodellen en strategieën waarin innovatie voorop staat?

Bovengenoemde vraag stond centraal in een artikel in MIT Sloan Management Review (al werden SAP en Oracle niet specifiek uitgelicht). Het artikel oppert een interessante stelling: terugkijkend op de bedrijven die wel en niet de economische neergang doorstaan hebben, waren deze bedrijven niet alleen te groot om om te vallen, maar ook te groot om bestuurd te worden?

Complexiteit binnen grote organisaties manifesteert zichzelf op verschillende manieren, stellen schrijvers Julian Birkinshaw en Suzanne Heywood: disfunctioneel management, blunders op het gebied van risicomanagement, onvermurwbare regels, bureaucratische hordes en de onmogelijkheid om snel te reageren op een veranderende markt. Samenvattend stellen Birkinshaw en Heywoord: “Sommige bedrijven zijn te groot om effectief geleid te kunnen worden.”

Grote hi-tech bedrijven anno 2010 zijn zeker complex en soms ontembaar. In het geval van Oracle is zijn onlesbare overnamedorst een teken dat het bedrijf in een permanente staat van het toevoegen van complexiteit, nieuwe producten, nieuwe medewerkers en nieuwe strategieën verkeert. Het label “Oracle: Het Conglomeraat” is een label dat komende jaren niet zo gek veel afwijkt van de werkelijkheid. (De volgende CA? Misschien.)

SAP worstelt daarnaast met zijn Business By Design on-demand software suite. Dit product heeft een naam opgebouwd in niet nagekomen beloften en ondermijning van de wensen van de klant. Hetzelfde kan gezegd worden over de trage uitfasering van Oracle’s Fusion Applications Suite.

Toch beweren Birkinshaw en Heywood dat complexiteit niet per definitie slecht hoeft te zijn. “Meerdere business units en het opereren op wereldschaal brengt toegevoegde waarde met zich mee”, schrijven de auteurs. “Complexe managementstructuren kunnen helpen om fusies en acquisities te vergemakkelijken. Complexiteit kan zelfs onderdeel zijn van een succesvol bedrijfsplan.”

“Andere vormen van complexiteit zijn disfunctioneel”, voegen ze toe, “ze leiden tot grote operationele problemen.”

Bron:Computerworld